Het ‘gewone’ sterven

De meeste Nederlanders die als gevolg van een (langdurende) ziekte overlijden, overlijden op een ‘gewone’ manier. Hoe ziet dat gewone, natuurlijke sterven eruit?

Door de aandacht die de media aan euthanasie besteden, ontstaan er misverstanden over de laatste levensfase. Alsof ieder sterven gepaard gaat met ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dat is niet het geval. Het gros van de sterfbedden verloopt rustig.

Ook lijkt het alsof er gekozen moét worden voor het ingrijpen van een arts. Ook dat is niet waar. Een overgrote meerderheid van de sterfbedden in Nederland (96%) eindigt zonder euthanasie. Er wordt weinig aandacht geschonken aan het ‘gewone’ sterfbed. Dat is jammer, want het gewone sterven is daardoor iets onbekends geworden. Zodra we met een sterfbed te maken krijgen, weten we over het algemeen nauwelijks wat er gebeurt of wat we moeten verwachten. Onbekendheid daarmee leidt bijna per definitie tot angstige gedachten, zowel bij de stervende als bij de naasten.

Wat er bij een gewoon sterfbed precies gebeurt valt niet te voorspellen, maar er kan wel een algemeen beeld gegeven worden van de laatste levensdagen:

1. De behoefte aan eten en drinken neemt af naarmate het stervensmoment dichterbij komt. Het lichaam heeft dat simpelweg steeds minder nodig.

Tip: dring niet aan. Bedenk dat mensen niet of nauwelijks eten en drinken omdat ze stervende zijn, en niet andersom: dat ze stervende zijn omdát ze nauwelijks eten en drinken. Mensen vinden het vaak nog wel prettig als iemand de lippen af en toe nat maakt met wat water of ijs.

2. De lichamelijke toestand en het uithoudingsvermogen gaan naarmate de tijd vordert steeds verder achteruit. De zieke komt niet meer uit bed. De bloedsomloop wordt trager en beperkter;  hierdoor voelen de uiterste punten van het lichaam, zoals de handen, voeten en neus, steeds kouder aan. In het algemeen wordt de huid vaak grauwer en bleker, en komen er paarsblauwe vlekken, onder meer op de onderbenen.

3. Er kan een periode van onrust en verwardheid zijn als gevolg van bijvoorbeeld uitdroging of medicatie; de zieke ziet dingen die er in feite niet zijn (‘hallucinatie’) of hij kan onrustig gaan plukken aan de lakens. Ook kunnen stervenden zogenaamde levenseinde-ervaringen hebben waarbij zij visioenen hebben van overleden dierbaren. Deze ervaringen zijn in tegenstelling tot hallucinaties geruststellend en troostrijk. Over deze ervaringen leest u meer in het boek ‘In het licht van sterven, ervaringen op de grens van leven en dood’ van Ineke Koedam.

Tip: blijf nabij. ‘Er zijn’ hoeft niet te betekenen dat er iets gedáán moet worden. In rust aanwezig zijn is vaak waardevoller dan redderen en schipperen.

4. De organen laten het één voor één afweten. Dat proces kan heel kort duren, maar ook een aantal dagen. Vragen over hoe lang het sterven zal duren zijn daarom vrijwel niet te beantwoorden.

5. Het gehoor en zicht worden slechter. Toch kunnen veel stervenden nog heel lang horen dat er iets tegen hen gezegd wordt. Zij kunnen echter steeds moeilijker iets terugzeggen. Zij reageren dan bij voorbeeld met een kleine handbeweging of een beweging in het gezicht.

Tip: wees voorzichtig met de onderwerpen die je in de nabijheid van de stervende bespreekt. Ga ervan uit dat de stervende jou hoort. Spreek hem ook gerust (zachtjes) toe.

6. De reuk kan nog lange tijd goed functioneren.

Tip: wees als naaste (of als bezoek) terughoudend met zware parfums. Ook de geur van bloemen kan voor stervenden soms te zwaar zijn.

De ademhaling verandert. Deze wordt oppervlakkiger en onregelmatiger. De ademhaling kan soms volledig stil lijken te vallen. De tijd tussen de ene en de volgende ademteug wordt steeds langer. Het bewustzijn daalt, de zieke valt mogelijk in een diepe slaap of coma. Door de hoorbare, reutelende ademhaling kunnen naasten denken dat de stervende een verbeten gevecht voert. De kans is echter groot dat er bij de stervende innerlijke rust heerst.

7. Uiteindelijk stoppen alle lichaamsfuncties: de ademhaling komt tot stilstand, het hart houdt op met kloppen, het bloed stroomt niet langer. De dood is ingetreden.

8. Voor de omgeving is het intreden van de dood bijna altijd plotseling en onverwacht, zelfs als het al langer heeft geduurd dan men had verwacht.

Gerrie:

“Mijn moeder stierf toen ze 84 was. Ze lag in bed en kwam er niet meer uit. Het was gewoon op. De laatste twee dagen zijn we de hele tijd bij haar in het verpleeghuis geweest. Ze was al zover weg dat ze niet meer wakker was. We zagen een soort wassen kleur over haar heen komen, vooral bij de neus. Het ademen ging steeds minder regelmatig. Daarna stopte ze met ademen en ik dacht: ‘Het is wel rustig gegaan, zo zonder strijd’. Ik schrok toen ze weer begon te ademen. Dat stoppen en weer gaan ademen gebeurde een paar keer, daarna stopte het pas echt. Dat moment is heel raar en ook moeilijk te beschrijven.”

Wat gebeurt er nog meer?

Hoeveel we ook weten over het sterven, een deel van wat er op of rondom een sterfbed gebeurt, blijft een mysterie.

Soms is de geest klaar om te overlijden, maar het lichaam nog niet. De stervende vraagt zich misschien af ‘waarom God hem niet komt halen’. Soms geldt het andersom: dan is het lichaam op, maar lijkt de geest van de stervende toch nog aan het leven te hangen.

Er zijn veel verhalen bekend over mensen die hun stervensmoment lijken te kunnen uitstellen. Bij voorbeeld omdat zij nog een verjaardag van een (klein)kind willen meemaken. Of omdat zij willen wachten totdat die ene speciale persoon op bezoek is geweest. Maar er zijn ook verhalen bekend over mensen die juist op het moment sterven dat er niemand bij hen is. Dat kan met name voor degenen die lange tijd aan het bed hebben zitten waken erg vervelend zijn. Soms kan het bij die ervaring helpen als bedacht wordt dat deze wijze van sterven goed bij de stervende paste.

Bestel nu DREMPEL magazine over leven met sterven Bestel vandaag