Zwijgender-wijs

Ervaring één: ik rijd naar het huis van mijn dochter. Kleinkind Jet zit in de maxi cosi, achter mijn stoel. Ik praat met Jet. Jet zegt niets terug. Misschien slaapt ze wel. Ik blijf de hele weg tegen haar praten en als ik haar thuis aflever, vertel ik beide ouders dat we onderweg een heel goed gesprek hadden. Zo voelde het ook: ik kon alles aan haar kwijt.

Ervaring twee: ik vergezel een oude oom bij zijn bezoek aan een osteopaat. Deze moedigt hem aan om alles te vertellen waar hij last van heeft. Hij wordt daarbij niet onderbroken, hij mag van de hak op de tak springen, er worden geen  verdiepingsvragen gesteld. Alles krijgt evenveel aandacht, is even welkom. Ik zie de weldadige uitwerking hiervan op mijn oom. Ik voel een onthutsende uitwerking op mezelf. Dit zwijgend luisteren is mij als arts afgeleerd. Ik moet kanaliseren, ik moet structureren, ik moet doen. Doen. Ik  heb altijd vragen klaar liggen. Ik vuur ze af op de patiënt. Ik denk dat dat behulpzaam is. Vragen afvuren.

Ervaring drie: in het boek The Flame Trees of Thika beschrijft Elspeth Huxley haar jeugd als blank meisje in Midden-Afrika, begin vorige eeuw. Wanneer ze meer te weten wil komen over een  geheimzinnige buurman, een jager, gaat ze bij haar moeder te rade. Moeder grijpt deze gelegenheid aan om de achtjarige Elspeth iets essentieels te leren over het stellen van vragen: ‘Het afvuren van een vraag is als het afvuren van een geweer. Pang! Alles slaat op de vlucht en zoekt dekking. Maar als je heel stil zit en doet alsof je niet kijkt, dan zullen alle gegevens naar je toe komen en rondom je voeten gaan pikken, omstandigheden  duiken op uit het struikgewas en verklaringen zullen tevoorschijn kruipen en gaan liggen zonnebaden op een steen. Als je heel geduldig bent zul je veel meer zien en begrijpen dan een man met een geweer.’ Einde citaat. Pang! Die laatste zin dreunt nog steeds bij me na.

Ervaring vier: familie van een patiënt vraagt me: gaat het nog lang duren?  Ik denk dat vader het niet lang meer zal maken. Ik suggereer om de tijd die nog te gaan is te gebruiken om rustig bij vader te zijn. Zitten, luisteren, kijken, mijmeren. Stil zijn. Wie weet leer je zo vader en jezelf beter kennen dan toen er nog van alles gezegd kon worden …..

Piet van Leeuwen, hospicearts en ambassadeur Landelijk Expertisecentrum Sterven