Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude

‘Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude’ door Babs van den Bergh

November 2007: filosoof René Gude hoort het bot in zijn bovenbeen knappen wanneer hij zich verstapt. De arts in het ziekenhuis constateert ‘Femur rechts als gevolg van fybreuze dysplasie’  oftewel: ziek bot in rechterdijbeen. De arts tekent aan: ‘erg pijnlijke man’.
Eenmaal weer thuis op zijn nieuw gebouwde ark schrijft hij zijn vrienden een mail met als laatste woorden: ‘wat kan mij gebeuren?’
Het gelijknamige boek dat zijn vrouw Babs schreef is een verzameling van mailnieuwsbrieven. Daarin houdt ze familie, vrienden en collega’s op de hoogte van alle gebeurtenissen die volgen op het eerste ziekenhuisbezoek van René.

De dag voordat René zijn 51ste verjaardag in het ziekenhuis viert heeft hij net een helse nacht beleefd met pijnscore elf op een schaal van een tot tien. De chirurg heeft het zieke dijbeenbot vervangen door een titanium prothese maar de ruggeprik verdooft alleen het gezonde been. Twee dagen later komt de orthopeed in het weekend in vrijetijdskleding een praatje maken en meldt en passant dat het er op het eerste gezicht toch kwaadaardig uitziet. ‘I’m fucked’ zegt René tegen Babs. Eenmaal weer thuis in de ark huilt hij van pijn en ellende. ‘Het voelt alsof het nooit meer goed komt,’ zegt de filosoof die later Denker des Vaderlands zal worden.
Babs beschrijft de chemokuren die René moedig, braaf en in het begin zelfs vrolijk ondergaat. Maar hoe meer chemokuren er komen, hoe zieker hij wordt.
Mantelzorger Babs doet wat ze kan voor René en beschrijft zichzelf als een moeder van een te vroeg geboren kind die alert is op ieder teken van welbevinden en onwelbevinden. En steeds voorbereid probeert te zijn op wat gaat komen. Ze zal het nog jaren volhouden en schrijft jaar in, jaar uit hoe de vlag ervoor hangt.

Aan het einde van zijn leven in 2014 is René te gast bij Matthijs van Nieuwkerk in DWDD. Hij noemt het leven ‘een gedoetje’ en vindt het een troost wanneer het ophoudt. Die uitspraak schiet Babs – buiten bereik van de tv-camera’s – in het verkeerde keelgat. Want heeft zij niet de afgelopen jaren alles ‘mooi en goed en stil en puur en licht en fris en zacht en kalm en lief’ voor René en haarzelf willen maken?! Tot ze beseft dat haar eigen leven ook best een heel gedoe is. En dat de uitspraak niet over haar gaat, maar over het leven. René heeft aan haar immers zo vaak zijn liefde en dankbaarheid geuit. Wanneer hun brievenbus vol stroomt met reacties van kijkers, dan begrijpt Babs dat het goed is wat René doet. Hij geeft inzicht in hoe hij met zijn ziekte omgaat. Babs noemt het ‘publiekelijk sterven’.

De lezer krijgt een inkijk in het dagelijks leven in de laatste zeven levensjaren van René Gude. Soms krijg je filosofische inzichten op een presenteerblaadje aangereikt. In de vorm van Gudes opmerkingen die Babs in haar mails beschrijft. Of door de manier waarop dit filosofen-echtpaar liefdevol met elkaar omgaat.
Kom je wat verder in het boek, dan voel je aan dat schrijver Babs bepaalde ellende weglaat. Dat is soms op verzoek van René die ‘een slechte soap’ wil vermijden. Van de broedertwist in de familie krijgt de lezer wel het een en ander mee.
Babs en René gaan op een wijze manier met de ziekte om. Daarin kun je hun filosofische levensinstelling herkennen. Het leven nemen zoals het komt en ellende doorstaan. Vol goede moed en humor, nooit opgeven, dankbaar met alle hulp, genietend van vakanties en etentjes met prettig gezelschap. Vooral René leeft alsof zijn leven ervan af hangt. En Babs doet mee. Ze kan niet anders.

Dit boek is te mooi om niet te lezen en niet alleen voor ernstig zieken.

 

Anne Gouweloos, boekrecensent