In Beeld: Pim van Lommel

Pim van Lommel is oud-cardioloog, BDE-onderzoeker en auteur van het baanbrekende werk ‘Eindeloos Bewustzijn, een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring’. Van Lommel maakt deel uit van het Comité van Aanbeveling van het Landelijk Expertisecentrum Sterven. De redactie sprak met hem over wat hem als jonge arts aanzette tot het doen van onderzoek naar de BDE-ervaring, wat hij leerde van al die BDE getuigenissen en over mogelijke overeenkomsten met ervaringen van stervenden in het zicht van de naderende dood.

Wat heeft u als jonge arts aangezet tot het doen van onderzoek naar BDE-ervaringen?

Hoe is mijn interesse in bijna-dood ervaringen eigenlijk ontstaan? Als cardioloog maak je regelmatig mee dat mensen hun hartstilstand overleven dank zij een geslaagde reanimatie. In 1969, toen uitwendige defibrillatie en hartmassage net mogelijk was geworden, ( vóór 1967 stierf iedereen nog aan een hartstilstand!) hoorde ik voor het eerst in mijn opleidingsziekenhuis na een reanimatie het verhaal van zo’n zogenaamde bijna-dood ervaring, maar deze term bestond toen nog helemaal niet, en ik had ook nooit eerder gehoord dat mensen herinneringen zouden kúnnen hebben aan de periode van hartstilstand. Ik had altijd geleerd dat zoiets helemaal niet mogelijk was. Een patiënt kreeg op de derde dag na zijn hartinfarct plotseling een hartstilstand, hij werd met succes gereanimeerd en kwam na ongeveer vier minuten weer bij bewustzijn, en wij als reanimatieteam waren uiteraard erg gelukkig met dit resultaat. Maar de patiënt bleek héél, heel erg teleurgesteld. Hij vertelde over een tunnel, kleuren, licht, een prachtige landschap en muziek. Ik wist toen ook nog niet dat dit soort ervaringen in onze hele mensgeschiedenis, in alle tijden, alle culturen en alle religies al vermeld zijn. Ik had nog nooit over dit soort ervaringen gehoord of gelezen. Ik ben de gebeurtenis van deze patiënt nooit vergeten, maar ik heb er ook nooit wat mee gedaan. Pas veel later, in 1986, heb ik een boek over bijna-dood ervaringen (BDE) gelezen, en begreep ik dat dit soort ervaringen vaker voorkomen, en een naam hebben.

Wat noemen wij eigenlijk een BDE? Een BDE is de gemelde herinnering aan alle indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand, met enkele specifieke en universele elementen, zoals het waarnemen van je eigen reanimatie (een uittreding), het ervaren van een tunnel, het licht, een levensterugblik, het ontmoeten van overleden dierbaren, of de bewuste terugkeer in het lichaam. Deze bijzondere bewustzijnstoestand kan optreden tijdens een hartstilstand, dus tijdens een periode van klinisch dood, maar ook bij ernstige ziekte, bij een hersenbeschadiging met coma tgv een verkeersongeluk of hersenbloeding, bij shock door bloedverlies, bv. tijdens of na een bevalling, bij een bijna-verdrinking (meestal bij kinderen), of tijdens een stervensproces (sterfbedvisioen). Soms ook bij depressie, tijdens meditatie, of zonder duidelijke oorzaak! Men hoeft dus géén hersenbeschadiging te hebben om een BDE te ervaren! Deze ervaring heeft altijd een transformatief karakter, o.a. de angst voor de dood verdwijnt. Toen ik in 1986 het boek van George Ritchie over zijn eigen BDE als medisch student in 1943 had gelezen, ben ik op mijn polikliniek aan mensen, die ooit in het verleden succesvol waren gereanimeerd, systematisch gaan vragen of ze zich iets konden herinneren van de periode van hun hartstilstand. En tot mijn niet geringe verbazing had ik in twee jaar tijd 12 verhalen van zo’n bijna-dood ervaring gehoord bij ruim 50 mensen die in het verleden hun hartstilstand hadden overleefd! Daarvóór had ik het, behalve toen die ene keer in 1969, nooit meer gehoord. En ik had er ook nooit meer naar gevraagd, ik had er dus nooit meer open voor gestaan. Door al die verhalen die ik nu hoorde was mijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid toch wel gewekt. Want uiteindelijk is het volgens onze huidige medische inzichten niet mogelijk om bewustzijn te ervaren als je hart stilstaat. Als je bewusteloos bent door het wegvallen van de bloeddruk en de ademhaling. In boeken en populaire artikelen werd er van uit gegaan dat deze ervaringen wel bestonden, maar waarschijnlijk veroorzaakt werden door zuurstoftekort in de hersenen, door bijwerkingen van medicijnen óf het gevolg waren van doodsangst, hallucinaties, dromen of gewoon inbeelding. Tot 1988 was er alleen maar retrospectief onderzoek geweest bij mensen met een BDE in het verleden, met hierdoor grote selectie van patiënten, en het bleek ook bijna onmogelijk om tientallen jaren later nauwkeurig alle medische omstandigheden te achterhalen.

Dus zijn we in Nederland in 1988 in 10 Nederlandse ziekenhuizen een prospectieve studie gestart bij alle achtereenvolgende patiënten die een hartstilstand hadden overleefd, dus met een duidelijk objectiveerbare en kritieke medische situatie, reeds in een, nog reversibele, stervensfase. De vraagstelling van onze studie was of er een verklaring is voor de oorzaak en de inhoud van een BDE. Als resultaat van de studie werd gevonden dat 282 patiënten (82%) géén herinneringen hadden aan de periode van hun bewusteloosheid. En in totaal 62 patiënten hebben een BDE gemeld, en hoe meer elementen werden ervaren, hoe dieper de BDE werd gecodeerd. Van deze 62 patiënten met een herinnering bleken 21 patiënten enige herinnering te hebben (6 %), en 41 patiënten hadden een klassieke BDE (12% ). In totaal hadden dus 18% van de patiënten een bewuste herinnering aan de periode van hun bewusteloosheid, van hun hartstilstand. Dit onderzoek is in december 2001 gepubliceerd in de Lancet.

Uit onze eerste grootschalige prospectieve studie bleek dat alle van de tot nu toe genoemde mogelijke oorzaken voor het ontstaan van een BDE, namelijk een psychologische verklaring (doodsangst), een farmacologische verklaring (gegeven medicatie), of een fysiologische of medische verklaring (zuurstoftekort), konden worden uitgesloten. Want indien zuurstoftekort inderdaad de oorzaak van een BDE zou zijn dan zouden we verwachten dat alle patiënten met een hartstilstand in ons onderzoek een BDE moeten hebben gehad omdat ze allemaal bewusteloos waren geraakt door zuurstoftekort in de hersenen. Echter, slechts een klein percentage kon zich een BDE herinneren. En verder worden ook BDE’s gemeld in situaties waar geen sprake kan zijn van zuurstoftekort zoals bij depressies of meditatie.

Traditioneel wordt altijd gedacht dat herinneringen of bewustzijn door grote groepen neuronen of neuronale netwerken worden veroorzaakt of geproduceerd, en dat bewustzijn dus alleen in de hersenen is gelokaliseerd. Dit is echter nog steeds een onbewezen hypothese, maar dit concept moet nu dus wel ter discussie worden gesteld. Want hoe zou anders een verruimd bewustzijn buiten het lichaam kunnen worden ervaren op het moment dat de hersenen tijdelijk niet meer functioneren gedurende een periode van klinische dood, met een vlak EEG? Ook hebben mensen, die blind zijn vanaf de geboorte, soms controleerbare waarnemingen tijdens een uittredingservaring. Indien het bewustzijn exclusief in de hersenen gelokaliseerd zou zijn, zou het bewustzijn, met herinneringen, ook tegelijk met het functieverlies van de hersenen altijd verdwenen zou moeten zijn. Men zou geen subjectieve ervaringen verwachten bij zulke patiënten. Met onze huidige medische en wetenschappelijke concepten lijkt het dus onmogelijk om alle aspecten van de subjectieve ervaringen te verklaren, zoals die beschreven worden door mensen met een BDE gedurende hun hartstilstand, of door mensen met een sterfbedvisioen gedurende de eindfase van hun leven.

Dood bleek niet dood te zijn

Praten over de inzichten die mensen na een BDE hebben over sterven en dood en over hun ervaring van de continuïteit van hun bewustzijn (‘dood bleek niet dood te zijn’) kan voor patiënten en verpleging een grote steun zijn bij de terminale en palliatieve zorg in hospices en op afdelingen waar patiënten worden verpleegd in het eindstadium van hun ziekte. Verscheidene onderzoekers hebben aangetoond dat praten over de inhoud en gevolgen van een BDE de doodsangst bij terminale patiënten kan doen afnemen. Verpleging, artsen en familie van terminale patiënten zouden moeten openstaan voor sterfbedvisioenen, of levenseinde-ervaringen, waarbij ontmoetingen met overleden dierbaren kunnen worden gemeld, meestal de gestorven partner of een van de ouders, maar ook visioenen van een prachtig landschap, een zeer helder licht, of het gevoel van onvoorwaardelijke liefde. Soms worden alleen vage intuïtieve beelden worden waargenomen, die gepaard kunnen gaan met een innerlijk weten dat het moment van overgang zeer nabij is. En dit geldt ook voor kinderen, die soms een engel of helder licht waarnemen. Veel verhalen van sterfbedvisioenen of levenseinde-ervaringen worden als zodanig niet herkend, of als hallucinatie, terminale verwardheid of bijwerking van de medicatie geïnterpreteerd. Stervende patiënten zouden de ruimte moeten krijgen over deze ervaringen te praten zonder dat verpleging of familie de inhoud van hun ervaring ter discussie stelt. Wanneer de verpleging open vragen stelt over zo’n ervaring is dat zowel voor de patiënt als voor de familie een grote steun omdat een sterfbedvisioen de angst voor de komende dood zowel bij de patiënt als bij de familie sterk kan doen verminderen. Zeer interessant is ook de terminale helderheid, of terminale luciditeit, waarbij patiënten die al jaren Alzheimer hebben of zeer ernstig dement zijn en die hun familie niet meer herkennen, plotseling in de laatste ogenblikken voor hun overlijden heel helder kunnen worden en zo in staat zijn kinderen of partner weer te herkennen en bij hun naam te noemen, bewust afscheid van hen nemen, en dan sterven. Deze terminale helderheid wordt ook gemeld door patiënten die al dagen niet meer aanspreekbaar zijn of in coma liggen, en dit soort ervaringen zijn met de huidige medische inzichten niet verklaarbaar omdat de hersenen bij deze terminale patiënten ernstig beschadigd moeten zijn. Maar aanzienlijk veel verplegenden in hospices kennen deze terminale helderheid van stervende patiënten.

Zijn er overeenkomsten tussen BDE ervaringen en ervaringen van stervenden?

De onderlinge verbondenheid met dit eindeloze of non-lokale bewustzijn verklaart ook ervaringen rondom en ná het overlijden, zoals verschijningen op het moment van overlijden elders, zogenaamde peri-mortale ervaringen, of contacten met het bewustzijn van overleden personen, zogenaamde postmortale ervaringen. Vaak gebeuren dit soort ervaringen ’s nachts, het is echter géén droom maar een vorm van contact tijdens de slaap, die een ongewoon diepe indruk achterlaat en een veel hogere realiteitsgehalte heeft dan een gewone droom. Bij perimortale ervaringen ontvangt men, vaak over een grote afstand, informatie over het doodsmoment, en soms zelfs over de manier, waarop de geliefde persoon gestorven is, ofschoon de inhoud en details van deze informatie op dat moment onmogelijk bekend had kunnen zijn. Er worden ook regelmatig ervaringen ná het overlijden, of postmortale ervaringen, gemeld: Wanneer een van de ouders, een partner of een kind is overleden volgt een zware periode van rouw en verdriet. In de eerste dagen, weken tot maanden bestaat er een grote kans dat een contact met het bewustzijn van de overledene wordt ervaren, vaak in een zogenaamde ‘heldere droom’. Dit soort ervaringen komt zeer regelmatig voor, maar worden zelden gemeld uit onzekerheid en angst om niet geloofd of afgewezen te worden. Er staat in onze maatschappij een groot taboe op het praten over dit soort ervaringen, terwijl toch zo’n 125 miljoen mensen in Europa, 100 miljoen mensen in Amerika en bijna twee miljoen mensen in Nederland wel eens het gevoel of de ervaring hebben gehad in contact te staan met een overleden familielid. De kans van enige vorm van contact met het bewustzijn van een overleden partner of kind kan zelfs oplopen van 50 tot 75 procent. Wijs als hulpverlener of familielid deze ervaring van contact met een overleden persoon niet af als wensgedachte of hallucinatie als gevolg van het grote verlies, maar luister naar het verhaal en vertel dat deze ervaringen vaker voorkomen. Ontmoetingen met overleden familieleden en geliefden worden meestal als een grote troost en steun ervaren, en het rouwproces wordt er positief door beïnvloed. De ervaring dat ook na het overlijden contact met het bewustzijn van overleden dierbaren mogelijk is leidt vaak tot een veranderde instelling tegenover de dood. Men heeft een soort zekerheid ervaren dat er na de lichamelijke dood een vorm van voortbestaan blijft, en de angst voor de eigen dood neemt dan ook vaak af.

Alle werkers in de gezondheidszorg, maar ook stervende patiënten en hun familie, zouden op de hoogte moeten zijn van de bijzondere ervaringen die tijdens een periode van klinische dood, tijdens coma, tijdens het sterfbed, of na het overlijden kunnen optreden. Duidelijke levensveranderingen waaronder het verdwijnen van de angst voor de dood zijn vaak het gevolg van deze ervaringen, en dit geldt ook voor ervaringen tijdens het sterfbed. Door ruimte en aandacht te geven aan deze ervaringen, zonder er direct een oordeel over uit te spreken, kunnen de patiënt en zijn familie de ervaring in het nog resterende leven integreren.

Samenvattend: Een BDE is een ingrijpende bewustzijnservaring, die volgens de huidige materialistische wetenschap niet te verklaren is, en die altijd een transformatie veroorzaakt: geen angst meer voor de dood, en een ander inzicht in wat belangrijk is in het leven: onvoorwaardelijke liefde en compassie naar jezelf, naar anderen, en naar de natuur. Een levenseinde ervaring, of sterfbed visioen, kan dezelfde elementen bevatten als een BDE, zoals bijvoorbeeld het ontmoeten van overleden dierbaren, waarvan men het gevoel heeft dat zij hen komen ophalen, een gevoel van onvoorstelbare liefde, of het ervaren van een Licht. Doordat er een zekerheid is ontstaan dat de dood niet het einde is van je bewustzijn, verandert ook na een levenseinde-ervaring de angst voor de dood voor de patiënt, maar vaak ook voor de naaste familieleden. Helaas is er nog steeds een grote onwetendheid over bijzondere bewustzijnservaringen tijdens het stervensproces, die nog vaak als terminale hallucinatie of bijwerking van medicatie worden beschouwd. Door open te staan voor mensen die hun BDE of levenseinde ervaring met ons willen delen, door zonder commentaar en vooroordeel te luisteren, kunnen wij allen, familie, artsen, en verpleegkundigen, een nieuw inzicht krijgen dat de dood als zodanig blijkbaar niet bestaat. De dood is slechts het einde van ons fysieke aspect, ons lichaam, maar onze essentie, ons bewustzijn, kent noch een begin, noch een einde. Het stervensproces is een unieke kans om ons leven goed te kunnen afronden, en onze angst voor de dood alsnog te overwinnen.

Voor informatie over het werk van Pim van Lommel bezoekt u zijn website: www.pimvanlommel.nl

de Redactie