Troost, een aspect van vertrouwen

Wat hebben stervenden nodig? Wat hebben wij nodig wanneer wij sterven?

Als antwoord op de vraag bij welke innerlijke houding vanuit de omgeving de stervende mens gebaat is, deelt Ruth Cooiman met ons haar theorie ‘V.E.R.T.R.O.U.W.E.N.’. Deze is ontstaan uit haar visie op en ervaring uit de hospicepraktijk en bestaat uit tien steekwoorden. Vandaag gaat het over troost.

‘Toegewijd troosten. Niet zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat er vast betere tijden komen, maar er heel gewoon zijn voor de ander. Niet zozeer in de rol van verpleegkundige maar als medemens. De tijd nemen, ruimte geven en zodoende zien wat de ander nodig heeft. Is er behoefte aan aanraking? Mogen de tranen stromen? Kan ik iets troostrijks zeggen? Wil je dat ik nog even bij je blijf of is het juist goed om alleen te zijn? Troosten is heel fijnzinnig op de ander afgestemd zijn.’

Volgende week kunt u lezen wat Ruth te zeggen heeft over ‘ritme’ in de zorg voor stervenden.

Ruth Cooiman is een regulier opgeleide verpleegkundige in de zorg voor stervenden, die verpleegkundige antroposofische zorg is geworden door opleidingen te doen waarbij zij leerde de Uitwendige Therapie in het verplegen te betrekken.

de Redactie