Slotcouplet

Slotcouplet door Sander de Hosson
Ik kan heel kort zijn over dit boek: prachtig! Meteen lezen! Voor de lezers die een voorproefje van dit boek willen schrijf ik deze recensie. Maar beter kunt u het boek nu meteen kopen. En het daarna doorgeven aan een ander.

Sander de Hosson (1977) is longarts. Zijn boek is een verzameling korte verhalen over zijn ervaringen met stervende patiënten in de ziekenhuizen waar hij de laatste zestien jaar werkte. Hij behandelt veel patiënten met longkanker, een ernstige ziekte die vaak leidt tot de dood. De Hosson las een keer een uitspraak die veel indruk op hem maakte. ‘Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven´. Hij besefte dat hij precies zó zijn vak wilde uitoefenen. Want naast arts die zijn stinkende best doet om mensen te helpen genezen, is hij ook de brenger van het onheil: de patiënt vertellen dat hij dood gaat. Zijn drijfveer is het werken aan kwaliteit van leven voor zijn patiënt, tot in de allerlaatste minuut van diens leven. Dat betekent in elk geval: duidelijk zijn en troost bieden.

Een van de verhalen gaat over een verstandelijk gehandicapte man die snel zal sterven. Zijn familie vraagt of De Hosson deze man wil uitleggen wat er met hem aan de hand is, maar daarbij de woorden dood en sterven niet te gebruiken. Daar wordt de man namelijk heel bang van. De longarts vindt dat niet gemakkelijk. In overleg met een ethicus kiest De Hosson ervoor om zijn patiënt een bewustzijnsverlagend middel toe te dienen voor palliatieve sedatie. Maar de patiënt moet daar wel eerst expliciet in toestemmen. ‘Op z’n Jip en Jannekes’ krijgt de arts deze toestemming zonder dat de woorden dood of sterven vallen. Als hij het middel ingespoten heeft legt hij de arm van de man om de knuffelbeer heen die deze voortdurend bij zich heeft. De manier waarop De Hosson deze ervaring beschrijft, getuigt van een enorme liefde en betrokkenheid.

De andere verhalen zijn allemaal even indrukwekkend. Vaak ook zijn het zijn patiënten die hém liefdevol behandelen. Zoals de balletdanseres die in haar stervensfase met infuuspaal en al – geheel onverwacht – voor hem danst. De Hosson beschrijft ook de verdrietige kant van zijn vak. Zoals zijn frustratie over de weigering van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een patiënt thuis te laten sterven en verzorgen. Dit omdat de patiënt volgens het CIZ ´al een zakje geld had gekregen en we dat niet nog een keer mogen uitgeven´. Het bloed van de arts kookt en uiteindelijk tweet hij de vraag: ´Heeft iemand het telefoonnummer van de minister?´ Dat blijkt de ingang tot de politiek en er komen maatregelen. Het alsnog thuis sterven blijkt wel te kunnen, maar dan is zijn patiënt al in het ziekenhuis overleden.

De Hosson wil topzorg leveren. Hij bespreekt uiteraard de behandeling met de patiënt, maar ook het tijdig stoppen ervan wanneer het einde onomkeerbaar is geworden. Hij neemt de tijd om zijn patiënten te bevragen over wat het voor hen betekent om dood te gaan. Palliatieve zorg is voor hem een wezenlijk onderdeel van zijn vak. Hij roept alle zorgverleners in zijn boek op om het lef te hebben over de dood – en de weg ernaar toe – te praten. Zodat het afscheid van de familie en vrienden de tijd en de rust krijgt die het verdient. Zodat de patiënt in rust kan sterven.

De Hosson heeft een geweldig mooi boek geschreven dat iedereen moet lezen omdat iedereen met de dood te maken krijgt. Een waarschuwing voor de lezer is misschien wel op zijn plaats. Bij het eerste verhaal ´Slotcouplet´ stonden de tranen al in mijn ogen. Dus: wel lezen maar hou zakdoeken bij de hand.

Anne Gouweloos, journalist en auteur

Anne Gouweloos, boekrecensent voor Landelijk Expertisecentrum Sterven