Rituele aandacht in het mortuarium

Rituelen, wat zijn dat eigenlijk? Het woord roept weerstand op. Veel mensen denken aan religie of dingen die móeten. En trekken meteen een grens: ‘Geen poespas’. Natuurlijk niet. Ik ken niemand die zegt: ‘Ja, graag, zoveel mogelijk poespas!’ Dus ‘geen poespas’ betekent: ik wil geen overdreven dingen doen die niet bij mij passen en die ik in mijn leven ook nooit zou doen.

Aandacht in actie
Poespas en ritueel horen niet bij elkaar. Want de grondstof van een ritueel is aandacht. Daarom noem ik rituelen ‘aandacht in actie’. Aandacht kan het meest alledaagse wat je doet, rituele kwaliteit geven. Als het goed is, ben je door aandacht gefocust op het hier-en-nu. Volledig betrokken bij wat je doet. En dan maak je van wat je doet een ritueel: een handeling in een vaste vorm die stilstaat bij wat belangrijk is. En wat voor jou belangrijk is, voelt nooit als poespas.

Ik neem je graag mee naar een stage in een mortuarium. Op een koude januaridag loop ik met een overledenenverzorgster mee door een ziekenhuis, op weg naar het mortuarium. Zoals in zoveel ziekenhuizen ligt het mortuarium achteraf. Begrijpelijk vanuit de functionaliteit, maar pijnlijk als ik bedenk dat overledenen via eenzelfde route gaan als de vuilniszakken.

De aflegruimte is functioneel en vol licht en geluid. Vier metalen koelplaten met op het voeteneinde een opgevouwen laken staan klaar voor ontvangst. De koelcellen geven een permanente brom af, een apparaat voor cryo-techniek slaat luidruchtig aan. En weer. En weer. Het licht is schel wit. Niets blijft onzichtbaar. De dood komt hier frontaal binnen. Alle richtingaanwijzers staan de verkeerde kant op. Kan dit een rituele ruimte worden? Kun je hier zoveel aandacht hebben voor wat je doet dat je de tijd vergeet?

Ja, dat kan. Het gebeurt. Steeds opnieuw, steeds in dezelfde volgorde en met dezelfde aandachtige toewijding. De verzorgster legt een overledene op een koelplaat, dekt hem zorgvuldig toe en legt een handdoek over het gezicht. Ze strijkt het glad over het gezicht. Respectvol, omdat het niet meer terug kan kijken. Elk plooitje, elk wondje gaat ze langs, voor elk detail is een doekje, een sponsje, een tubetje. Steeds als ze een overledene van houding doet veranderen, legt ze hem neer, trekt het laken recht en strijkt het handdoekje over zijn gezicht weer glad. Alles in een rustig, aandachtig ritme. Buik en borst van de overledenen steken stil en massief omhoog nu er geen adem meer doorheen gaat. Het hoofd ligt op een steuntje, anders zou het als een babyhoofd achterover vallen. Een arm die wordt opgetild, valt zonder ondersteuning zo weer neer. Als je toch beseft hoe weerloos je zult zijn en overgeleverd aan de genade van de levenden.

Tijdloze zone
Ik kan dat bedenken doordat ik de aandacht en het respect van de verzorgster zie. Ze bedt dat weerloze lichaam in in haar zorg. Ze vraagt zich niet af hoe het leven van deze persoon is geweest, vertelt ze. Dat leidt af. Haar taak is hier-en-nu deze overledene verzorgen. In dat hier-en-nu blijven, en alles doen wat gedaan moet worden. Ik leer de handelingen. Neerleggen, laken glad trekken, handdoekje gladstrijken over het hoofd. Rustig. Zorgvuldig. De herhaling werkt verlichtend. Ik ben in een tijdloze zone. De verzorgster vouwt tot slot een laken dicht onder de voeten van elke overledene, trekt het laken aan weerszijden langs het lichaam, over de handen, langs het hoofd. Wat overblijft bij het hoofd, vouwt ze naar binnen. Als een ingebakerd kind gaat een overledene de koeling in. De verzorgster sluit de koeling. Ik stap uit de tijdloze zone. De cryo-installatie slaat weer eens aan, de vuilnisbak moet geleegd. Het licht komt weer binnen, fel en wit. Het ritueel is afgerond. Het leven gaat verder.

Ik ben een bijzondere ervaring rijker. Zorg voor het lichaam als volwaardig onderdeel van het afscheid, dat heb ik gezien en meegemaakt. Een stapje in dat veelzijdige proces van afscheid nemen. Aandacht in actie.

In dit geval werden de overledenen verzorgd door een professional. Veel uitvaartverzorgers nodigen naasten uit om de verzorging zelf te doen. Overweeg het eens. Het fysieke contact kan je helpen het afscheid vorm te geven. Vind je dat te confronterend? Je kunt er ook bij zijn als getuige.

Carola Kruijswijk, ritueelbegeleider