Meer onderzoek naar voltooid leven

Lex Bohlmeijer (De correspondent) – in gesprek met Els van Wijngaarden

Els van Wijngaarden is de eerste onderzoeker ter wereld die voltooid leven bestudeerde. Haar inzichten zijn hoogst relevant nu juist dit onderwerp de kabinetsformatie frustreert. Zij zegt daarover: we moeten veel meer onderzoek doen voor we de wet veranderen.

Nederland heeft sinds 2002 een euthanasiewet die behoorlijk goed functioneert. Een meerderheid is tevreden over de inhoud en het functioneren van de wet, stelde een commissie onlangs bij de derde evaluatie van de wet.

Toch zijn er groepen waarvan onduidelijk is of zij binnen de wet vallen: mensen met dementie, mensen met een psychiatrische aandoening en mensen met een voltooid leven. Dat zijn oude(re) mensen die geen toekomstperspectief meer hebben, geen verwachtingen meer koesteren, daar ondraaglijk aan lijden en hun leven willen beëindigen.

De vraag die nu speelt: moet voor deze groep een nieuwe wet opgesteld worden?
Pia Dijkstra van D66 vindt van wel. Zij heeft een voorstel geschreven dat mensen met een voltooid leven een uitweg moet bieden met behulp van speciaal opgeleide levenseindebegeleiders. Dit concept speelt een cruciale rol bij de nu lopende formatie: D66 is voor, de ChristenUnie is tegen. Door een kennisgebrek over dit onderwerp is het bijna onmogelijk daar uit te komen.
Voor context en begrip van deze ontwikkelingen, sprak ik met de enige echte kenner op dit gebied. Els van Wijngaarden. De onderzoekster aan de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek publiceerde vorig jaar een boek gebaseerd op haar promotieonderzoek Voltooid leven. Daarvoor voerde ze 25 indringende gesprekken met mensen die hun leven willen beëindigen. Sindsdien zijn zo’n beetje alle politieke partijen bij haar langs geweest voor advies over voltooid leven.

Mij vielen de volgende dingen op toen ik de genuanceerde Van Wijngaarden interviewde:

Van Wijngaarden onderschrijft het rapport van de commissie-Schnabel, die vorig jaar adviseerde géén nieuwe wet in het leven te roepen. Veel ouderen met een uitdrukkelijke stervenswens lijden aan een stapeling van ouderdomsklachten en zouden binnen de huidige wet al geholpen kunnen worden. Van Wijngaarden vindt dat er eerst veel meer onderzoek gedaan moet worden: hoeveel mensen hebben een voltooid leven? We weten nog veel te weinig om er een wet door te drukken, meent zij.

Van Wijngaarden is overtuigd dat ondraaglijk lijden bestaat, maar plaatst kanttekeningen bij de uitzichtloosheid. Een aantal voor haar promotie-onderzoek gesproken mensen zocht zij opnieuw op. Bij vijf van de elf zag zij een sterke verbetering van leven. Bijvoorbeeld bij Wieger, die zich eerst volledig uitgestoten voelde maar nu via een vrijwilligerscentrale schuldhulpmaatje is geworden. Sommige dagen geeft hij zelfs een tien, zo gelukkig is hij. Het geeft de complexiteit van de term ‘voltooid leven’ aan.

Van Wijngaarden ziet euthanasie en hulp bij zelfdoding bij voorkeur ingebed in een relatie. Dat is bij mensen met een voltooid leven des te moeilijker. Juist omdat zij bezig zijn zich los te maken van het leven en steeds minder in staat zijn tot contact, is het gevaar groot dat zij hun laatste fase in eenzaamheid doorbrengen. De taak van familie, vrienden en hulpverleners volgens de onderzoeker: eerst goed luisteren, niet meteen zoeken naar een oplossing.

Van Wijngaarden ziet het verlangen naar euthanasie de laatste jaren als een seculier sacrament. Een ritueel dat veiligheid en nabijheid biedt, met de arts die zijn zegen geeft. Dat is opmerkelijk, omdat door voorstanders van een zelfgekozen levenseinde vaak een klemmend beroep gedaan wordt op de absolute autonomie van de mens. Van Wijngaarden ziet de Nederlandse euthanasiepraktijk veel meer in het licht van barmhartigheid.

de Redactie