Het ontbreekt ze aan niets

Een keizer krijgt van een tsaar elanden cadeau. Hij geeft ze een prachtig gebied waar ze naar hartenlust en onbekommerd kunnen grazen. Maar na een paar jaar gaan steeds meer dieren dood, zonder aanwijsbare oorzaak. Tegelijk was het alsof de overlevenden steeds apathischer werden. Hun sprongen waren niet meer zo gedurfd en op de vlucht gejaagd, draafden zij niet meer zo zwevend de heuvels op en af.

Een oude, deskundige houtvester uit het oorspronkelijke gebied van de elanden, komt de kudde observeren. Zijn conclusie:

‘Het ontbreekt ze aan niets’, zei de oude man, ‘niemand heeft een fout gemaakt, maar er is één ding…’ ‘En wat is dat dan wel?’ viel de keizer hem in de rede. ‘Ze missen één ding, ging de houtvester voort, ‘en daarom sterven ze.’ ‘En dat is?’zei de keizer, met zijn vingers op tafel trommelend. ‘De wolven’. ‘De wolven?’ herhaalde de keizer ongelovig. ‘Ja’, zei de oude man, ‘het zijn de wolven die ze missen’.

Het zou zo maar kunnen dat dit in onze westerse samenleving een belangrijke rol speelt, een verklaring voor de onvrede van mensen in een tijd waarin alles voor elkaar lijkt te zijn.

Uit: In de ban van de tegenstander, geschreven door hans Keilson (2009)

Marijke Kruijs, ambassadeur en oud-cursist