Gezichten van waardigheid

In de afgelopen periode is er ontzettend veel gebeurd, gezegd, gediscussieerd, geschreven over de laatste levensfase. Mij is opgevallen dat in ons taalgebruik over de laatste levensfase een aantal interessante bochten is genomen:

Waardigheid lijkt volledig synoniem geworden te zijn met zelf kiezen voor het moment waarop je sterft. De meesten die deze gedachte aanhangen formuleren dan: dat je nog recht van lijf en leden, nog helder van geest bent en bijvoorbeeld nog zelf naar het toilet kan. Ja, en wie kan er tegen waardigheid zijn?

De term ´Een voltooid leven´, is een leven waarvan je zélf vindt dat het klaar is. Over het algemeen lijkt dat sterk beïnvloed te worden door de angst van het verlies van waardigheid (conform de definitie van hierboven). Ja, en wie is de ander om tegen de uitdrukkelijke wens van een individu in te gaan? Zeker wanneer het voltooid heet! Dat is immers onbediscussieerbaar.

Het begrip ‘barmhartigheid’ is in onze ontzuilde maatschappij in ere hersteld. In de termen van: laten we barmhartig zijn ten opzichte van mensen die hun leven voltooid vinden. Ja, en wie kan er bezwaren hebben tegen barmhartigheid.

Kortom, retorisch bekeken hebben de autonomie-minnenden sterke troeven in handen.

Ik wil hier inzoomen op de waardigheidsclaim, omdat waardigheid ook andere gezichten kent. Voor de vertrouwende mens is waardigheid het leggen van zijn lot in de handen van de ander. Voor de rationele mens is waardigheid zo lang mogelijk zo veel mogelijk proberen. Voor de sociale mens is waardigheid dat ze hun kop in het zand steken en net mogen doen of hun leven niet eindigt. Voor de onbevangen mens is waardigheid dat ze zo lang mogelijk plezier willen ontlenen aan het feit dat ze leven. Voor de proactieve mens is waardigheid dat je zelf kiest.[1]

In Nederland wordt praten over de laatste levensfase vooral vormgegeven vanuit het perspectief van de proactieve mens.

Dat verhult deels de waardigheid van de ander én het heeft gelijktijdig een sterke invloed op die andere ‘waardigheden’. De vertrouwende mens zal vanuit zichzelf niet makkelijk op de gedachte komen dat hij wellicht overlast veroorzaakt voor zijn naasten. De sociale mens zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat het zo langzamerhand mooi genoeg is geweest. En toch komen deze gedachten uit ‘ons maatschappelijke gesprek’ ook in hun hoofden. De regieoplossingen die de angsten van de de proactieven kalmeren, genereren angsten bij anderen.

Waardigheid laat zich ervaren in het erkend worden door de ander.

Wij kunnen met elkaar misschien meer ons best doen om aan te sluiten bij die ander, die zo anders is als ik. Wij kunnen misschien meer ons best doen om onze binnenkanten tot rust te brengen; onze binnenkanten die zo veel lawaai maken over wat goed en fout is. Door het lawaai vinden we elkaar niet. We kunnen misschien ruimte vinden om de keuzen van de ander te respecteren. We zullen elkaar meer kunnen uitnodigen ons te openen voor deze grote vragen van het leven, van het sterven én van de dood. De kans dat mensen zich op dit gebied openen neemt toe als ze voelen en ervaren dat ze niet één kant worden opgeduwd. Dat je er ook niets van mag vinden én dat je geen regie hoeft te voeren. Ook dat is regie: het kiezen om het niet over je eindigheid te hebben.

Laten we barmhartig zijn voor elkaar!

[1] Zie de website van Stichting STEM

 

Bert Buizert, directeur Stichting STEM