De praktijk van waken

Het oerbeeld van de behoefte aan waken bij een stervende vinden we in de evangeliën.
Na het Avondmaal komt Christus met zijn leerlingen aan bij de Hof van Gethsemane en vraagt hen om daar te blijven, te waken en te bidden, om niet in verzoeking te komen. Zelf gaat hij iets verder weg en bidt met al zijn kracht tot zijn Vader: ‘Vader, als het met uw besluit overeenkomt, neem deze kelk van mij; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede’. Lukas, de arts-evangelist, beschrijft tekenen van een doodsstrijd, waarbij bloeddruppels als zweet op de aarde vallen. Na dit driemaal herhaalde gebed wordt Christus gesterkt door een engel. Dan komt Christus terug en vindt de leerlingen slapend. ‘Kunnen jullie niet één uur met mij waken?’Direct daarna volgt het verraad van Judas en de arrestatie.
Het lukt de leerlingen dus niet om dit waken te volbrengen, wel komt er bijstand voor Christus vanuit de geestelijke wereld op dit moeilijke uur.

Wat kan waken voor een stervende betekenen?
Wanneer de laatste uren van het leven zijn aangebroken, zie je meestal dat een stervende zich wat terugtrekt. Een stervende vriendin zei letterlijk: ‘Laat me maar even, maar ga niet weg, blijf bij me’. Kennelijk voelde ze zich veilig doordat we er waren terwijl ze wel met rust gelaten wilde worden. Ze leek haar eigen koers te kiezen om te kunnen loslaten, was bereid om te gaan.
Waken bij een stervende zorgt ervoor dat de ruimte van de kamer gevuld is met liefdevolle aandacht en een wakker bewustzijn, op een moment dat de stervende heel kwetsbaar is in zijn doodsstrijd.
Binnen sommige religieuze tradities is waken bij een stervende een religieuze plicht: in het hospice heb ik enkele keren meegemaakt dat er veel mensen aanwezig waren om bij toerbeurt bij een stervende moslim te bidden en de geloofsbelijdenis te spreken.

Aftasten
Het kan ook anders gaan. Iemand, die ik in haar laatste jaren had begeleid op weg naar haar overlijden, lag op sterven. Ik zat bij haar, maar ze zei tegen me: ‘Ik kan er niet tegen als er iemand naar me kijkt nu; zou je me alleen willen laten?’ Ook in het hospice was regelmatig de indruk dat de stervende had gewacht op het moment dat er even niemand in de kamer was en dan had kunnen sterven. Anderen sterven juist midden in de kring van hun dierbaren, kunnen alleen in die verbondenheid heengaan.

In een bijzondere situatie heb ik zelfs de kinderen van een mevrouw die steeds ‘op het randje’ bleef als ze bij haar waren, geadviseerd om hun moeder een tijdje alleen te laten, opdat ze zou kunnen sterven. Ze bleven wel samen in een andere ruimte en spraken met elkaar over hun ervaringen met moeder. Uiteindelijk kon ze toen loslaten.
Het blijft dus aftasten wat er ‘gewild’ wordt, ook als dit niet meer kan worden uitgesproken door de stervende. Je kunt je misschien afvragen hoe deze mens eerder geleefd heeft in moeilijke omstandigheden. Trok hij zich dan terug of zocht hij houvast bij anderen?

Waken bij een gestorvene
Na het sterven is de overledene nog niet meteen helemaal los van zijn lichaam. Als nabestaande of bij het waken zie je vaak in het begin ‘in je ooghoek’ nog zoiets als beweging boven het lichaam, als je er langsheen kijkt. Je kunt ook in deze dagen het gezicht van de gestorvene zien veranderen. Iets van het wezen van deze mens wordt zichtbaar, aan beide zijden van het gezicht verschillend. Er is kennelijk een proces van loslaten gaande, zoals snijbloemen in een vaas verwelken. De levenskrachten verlaten het lichaam geleidelijk, in een paar dagen. Je kunt het zien als dat proces klaar is, bijvoorbeeld bij de ogen. Ook maakt het lichaam nu een verlaten indruk. De schijnbare ‘beweging’ boven het lichaam is er niet meer. De overledene is dan helemaal losgekomen van het fysieke lichaam en het levenskrachten-lichaam.

Wat beleeft de gestorvene?
In deze eerste dagen ziet de overledene zijn hele voorbije leven in een panorama van levendige beelden om zich heen staan. Deze ervaring wordt ook wel beschreven als iemand plotseling een val maakt in de bergen, maar het wel overleeft. Je bent dan heel kort even buiten de tijd, raakt een beetje los van je fysieke lichaam en ziet beelden uit je leven om je heen. Ook mensen met een bijna-dood-ervaring melden dit fenomeen wel. De beelden komen vrij uit het levenskrachten-lichaam, waarin onze herinneringen worden bewaard. Geleidelijk verbleken deze beelden, de levenskrachten lossen op. Na ongeveer drie dagen is het ‘verwelkingsproces’ voltooid en zal de kist gesloten worden. Op dat moment wordt in de Christengemeenschap het eerste deel van het uitvaartritueel voltrokken, een geleide naar de wereld van het licht. Bij de eigenlijke uitvaart wordt dit vervolgd met het tweede deel.

Waarom waken?
Het is een oud gebruik om in deze drie dagen bij de gestorvene te waken. Zo wordt dat ook nog steeds binnen de Christengemeenschap en bij antroposofen (ook door waakgroepen) gedaan bij mensen die te kennen hebben gegeven dat graag te willen.
De functie van dit waken is om de overledene in alle rust zijn levenspanorama te laten meemaken. Deze beelden zijn van groot belang bij de verdere reis door de zielewereld en de geestelijke wereld, op de lange weg naar een nieuwe geboorte.
Bovendien is een gestorven lichaam aantrekkelijk voor elementenwezens die zich voortijdig van deze levenskrachten meester zouden willen maken. De overledene is bezig met zijn terugblik op zijn leven en kan zich daar niet tegen verzetten. Een vervangend menselijk bewustzijn houdt deze wezens op afstand, totdat het lichaam na drie dagen echt verlaten is.

Wanneer waken?
Er zijn gedurende de dag momenten waarop deze wezens gemakkelijker toegang hebben tot de levenskrachten van de gestorvene: rond middernacht en rondom het opkomen van de zon. Daarom waken mensen uit waakgroepen vooral op die uren, tussen 23 uur en 1 à 2 uur en rond 6 à 8 uur, afhankelijk van het jaargetijde en zomer- of wintertijd. Overdag zullen familieleden, vrienden en kennissen waken. Zij hebben de nachten hard nodig om op krachten te komen na de vaak zware dagen rondom het sterven van hun dierbare.

Hoe ‘doe’ je het en wat is de werking van waken?
Als we waken bij een gestorvene vormt onze aanwezigheid, ons waak-bewustzijn, dus een bescherming èn schept een sfeer van vrede tijdens de terugblik op het leven. Meestal wordt er uit het Johannes-evangelie gelezen, waarbij de volgende waker doorgaat waar de vorige was gebleven. De evangelie-woorden hebben een bijzondere inhoud: het leven van Jezus Christus. Deze beelden van het leven van de Mens zijn als een ijkpunt voor de beelden van ons eigen leven, die bij het sterven vrijkomen. Als waker verbind je je daar mee. Het helpt om zelf op die lastige uren wakker te blijven.

Wat beleef je zelf bij het waken?
Het is een bijzondere ervaring om te waken. Het begint er al mee dat je in de stilte en het donker van de nacht naar het huis toe gaat waar de gestorvene is opgebaard. Als je binnenkomt ligt daar de overledene, bij kaarslicht. De vorige waker neemt afscheid en gaat naar huis. Er is een sfeer van geborgenheid, intimiteit. Je zit bij de kist, voelt liefde bij het zien van de overledene, opent je voor hem of haar en begint te lezen. Na een tijdje tast je van binnen af wanneer het even genoeg is. Er kan een gevoel opkomen dat de woorden nu mogen uitklinken. Innerlijk kun je misschien de beelden van het evangeliegedeelte terugzien als je even pauzeert. Dan ga je weer een stukje door. Niets ligt vast, je volgt je gevoel. Tegen de tijd dat de volgende waker komt of dat je zelf naar huis gaat, na een uur, hooguit anderhalf uur, sluit je het af. Misschien met een gebed, of alleen met een Amen, of hoe je het ook maar als passend voelt.

In vrede ga je weer naar huis.

Ingrid Deij was tot haar pensionering geestelijk verzorger in Hospice Heuvelrug in Zeist. Voor de zienswijze en handelwijze zoals in dit artikel is uitgewerkt heeft zij zich laten inspireren door de Antroposofie en de Christengemeenschap. Zij is secretaris van het bestuur van stichting Wederzijds, een stichting die zich inzet voor een menswaardige en spirituele stervenscultuur, vanuit dezelfde inspiratie.

Ingrid Deij, secretaris bestuur Stichting Wederzijds