De kokosnoot

Een man kwam bij de soefimysticus Farid met een vraag. Waarom, zo wilde hij weten, waren de mystici zo rustig in het aangezicht van de dood? Farid gaf hem geen direct antwoord, maar pakte een van de kokosnoten die hem door zijn volgelingen waren aangeboden. Hij vroeg de man die open te breken en daarbij het kokosvlees heel te laten. ‘Dat kan niet’, zei de man. ‘Deze kokosnoot is niet rijp en het vlees zal aan de schaal blijven zitten.’ Farid complimenteerde de man om zijn inzicht en stond op het punt hem te laten gaan, toen de man protesteerde dat hij geen antwoord op zijn vraag had gekregen. ‘Ik dacht dat je dat nu wel had,’ zei Farid, ‘maar je lijkt me een beetje traag van begrip.’ Hij pakte nog een kokosnoot op, overhandigde die aan de man en herhaalde zijn verzoek die open te breken maar het vlees intact te laten. Dat deed de man. Hij brak de noot met gemak en overhandigde Farid het onbeschadigde kokosnootvlees. ‘Heel goed,’ prees Farid hem. ‘Nu heb je het antwoord op je vraag.’ Toen hij de verbaasde blik van de man zag, vervolgde hij:

‘De man die bang voor de dood is, is als een onrijpe kokosnoot. Er is geen afstand tussen buitenkant en binnenste en hij is bang dat als de schaal gebroken wordt ook de binnenkant aan stukken zal vallen. En hij heeft gelijk, zolang hij onrijp blijft. Als je kalm wilt zijn in het aangezicht van de dood, word dan rijp, schep afstand tussen de buitenkant en de innerlijke mens, zodat het binnenste heel blijft als de schaal breekt.’

Uit: Een andere kijk op orgaandonatie. Verkenningen van het stervensproces. Ineke Koedam. Ankh Hermes, 2014.

de Redactie