‘De kist moet dicht’

De eerste keer dat ik in aanraking kwam met postmortale zorg was toen ik als leerling-verpleegkundige in 1992 in het ziekenhuis werkte. Ik weet het niet meer exact, maar ik schat dat ik in die tijd (ongeveer een jaar, ik ben voortijdig gestopt) drie of vier mensen dood heb gezien, en bij wie de laatste zorg door de verpleegkundigen werd uitgevoerd.
Tot dat moment had ik alleen een opa gezien na zijn overlijden. Mijn broertje, die toen ongeveer een jaar geleden overleden was, had ik niet opgebaard gezien. Hij lag in een gesloten kist; volgens de uitvaartondernemer kon het niet anders. Men was bang dat hij ging lekken, zei de uitvaartondernemer. Ik geloof dat hij zich nooit gerealiseerd heeft dat die opmerking voor nachtmerries heeft gezorgd.

De juiste vakman
Pas jaren later, toen ik ging werken voor een regionale uitvaartonderneming, kwam ‘de laatste zorg’ opnieuw op mijn pad. Ik werd projectleider van een op te zetten onderwijsinstituut en ging scholingen ontwikkelen (en geven), onder andere over postmortale zorg. Mijn ervaring daarin was beperkt. Omdat ik vind dat je, als je ergens les in geeft, er zelf ervaring in moet hebben, ben ik gaan meelopen met Stefan, een overledenenverzorger van het bedrijf. Hij heeft me in de praktijk dingen laten zien, en me enorm veel verteld, ondersteund door beeldmateriaal. Hij zei: ‘Als je wilt vertellen over lijkstijfheid, dan moet je weten hoe dat voelt.’ Ik was het er volmondig mee eens. In die tijd heb ik ervaren en gezien hoe ontzettend waardevol dit werk is. Ik heb gezien hoe vakmanschap en technische kennis vele kisten open kan houden, die anders gesloten bleven.

Af en toe dacht ik daardoor ook terug aan mijn broer. Had ik hem, met de juiste vakman, misschien wel kunnen zien? Niet zichtbaar afscheid kunnen nemen van iemand die overleden is, is niet eenvoudig. Jarenlang plaagde het beeld van een lekkende broer me. Ik heb het wel besproken met mensen, maar niemand weet of het mogelijk zou zijn geweest hem toonbaar te maken. De technieken zijn anders, en soms kan het echt niet. Hoe goed iemand ook is, toveren kan niemand.

Het was het waard
De eigen ervaring, het gemis aan afscheid, heeft mijn liefde voor de postmortale zorg sterk aangewakkerd. De bezieling waarmee ik Stefan heb zien werken, kwam daar boven op. Ik heb bovendien de overtuiging gesterkt zien worden dat ‘zien’ beter voor het afscheid nemen is dan ‘niet zien’. Zelfs als een lichaam niet meer zo mooi is, of als er slechts deels iets van te zien is.

Ik heb, twintig jaar na zijn overlijden, de opgraving van mijn broer meegemaakt. Ik heb, ondanks de bezwaren van de opgravers, een klein stukje van zijn resten gezien. Het was het waard. Het zien zorgde eindelijk voor een stukje ‘closure.’ Dat gun ik iedereen. Maar dan wel direct na het overlijden. Ik gun iedereen een overledenenverzorger die, zelfs als de uitvaartondernemer zegt: ‘De kist moet dicht’, toch verder kijkt of het echt niet anders kan. Omdat het verschil maakt, de rest van een leven.

Mariska heeft een thriller gepubliceerd, Hoofdzaak, waarin postmortale zorg een grote rol speelt. Stefan Floors, de man die haar over het vak geleerd heeft, heeft sinds kort een eigen onderneming in postmortale zorg: SF Postmortalezorgverlening.

Foto van Mariska: Photoggravics

Mariska Bruntink-Overman

mede eigenaar van Bureau MORBidee